De Feuerstein methode

Introductie

De Feuerstein methode heeft over de hele wereld veel bekendheid gekregen door de positieve benadering van mensen met een ontwikkelingsachterstand. Zo'n ontwikkelingsachterstand kan door verschillende factoren zijn ontstaan maar kan met de inzet van mediatie overkomen en, indien vroeg aangewend, zelfs voorkomen worden. Feuerstein zelf zegt: "Kan niet bestaat niet! Als er al een plafond is dan ken ik hem niet!" Waarmee hij aangeeft dat ieder mens zijn leven lang kan blijven leren en zich zijn leven lang verder kan blijven ontwikkelen. Voor al diegenen met een handicap, een leerbeperking van welke aard dan ook, is mediatie het proces dat het leren leren (opnieuw) mogelijk maakt.
Leren leren betekent dat je kunt leren je veters strikken, leren je kamer opruimen, leren boodschappen doen en koken maar ook leren relaties aan te gaan en te onderhouden, leren van het openbaar vervoer gebruik te maken en last but not least: leren lezen, schrijven en rekenen. Het zijn steeds dezelfde onderliggende cognitieve vaardigheden die al ons leren mogelijk maken.

De start

De Feuerstein methode is ontwikkeld door Professor Reuven Feuerstein. Professor Feuerstein (* Roemenië, 1921 - 2014) woont en werkte in Israël in het ICELP, het Feuerstein Centrum aldaar. Kort na de tweede wereldoorlog is Feuerstein vanuit Europa, waar hij in Zwitserland zijn studie psychologie heeft afgerond, naar Israël verhuisd. Hij werkte daar met verweesde en ernstig getraumatiseerde kinderen en jongeren die na de Holocaust terugkwamen uit de verschillende kampen om naar Israël te emigreren. Het is in deze periode dat Feuerstein een begin maakte met de ontwikkeling van de door hem uitgewerkte "Feuerstein methode". Dit heeft uiteindelijk geleid tot de ontwikkeling van een internationaal bekend en erkend instituut en een internationaal bekende en erkende methode die inmiddels een grote hoeveelheid aan toepassingen kent.

Geloof in mogelijkheden: ontwikkeling van het denk- en leervermogen

Feuerstein richt zich op de ontplooiingsmogelijkheden van het individu. Volgens hem zijn leerbarrières eerder vertrekpunten dan plafonds die verdere ontwikkeling belemmeren. Tegenwoordig wordt het belang ingezien van de ontwikkeling van denk- en leervaardigheden. Door de snelle en continue veranderingen in de maatschappij is het vergaren van kennis van minder belang. Kennis is snel weer verouderd. Mensen moeten worden toegerust met vaardigheden die hen in staat stellen relevante informatie te selecteren, keuzes te maken en te beargumenteren en problemen op te lossen.

Zowel in de zorg als ook in het huidige onderwijs is het de vraag of er in voldoende mate aandacht besteed wordt aan de ontwikkeling van denk- en leervaardigheden die de zelfstandigheid en het leervermogen van de persoon bevorderen. Zorg is vooral gericht op "zorgen voor" waarmee passiviteit en zorgbehoevendheid wordt gestimuleerd.
In het onderwijs wordt er gewoonlijk van uit gegaan dat de ontwikkeling van denk- en leervaardigheden als 'bijproduct' van onderwijs zich spontaan voltrekt. Onze ervaring is echter dat achterblijvende schoolprestaties het gevolg zijn van in onvoldoende mate beschikken over die denk- en leervaardigheden die noodzakelijk zijn voor het efficiënt verwerven van kennis en oplossingsvaardigheden. Vaardigheden die noodzakelijk zijn om (schoolse) taken succesvol te volbrengen.
Zorgenden en leerkrachten weten nog onvoldoende hoe zij hun aanbod aan mensen met een beperking kunnen veranderen, aanpassen, zodat de bestaande, vaak weinig uitdagende leef- en werkomgeving doorbroken wordt en er ontwikkeling in gang gezet wordt.
De interesse voor de methode Feuerstein groeit daarom, ook in Nederland, in de verschillende werkvelden snel.

Structurele Cognitieve Modificeerbaarheid (SCM)

Voor de ontwikkeling van de cognitieve vaardigheden heeft professor Feuerstein "de theorie van de Structurele Cognitieve Modificeerbaarheid" (SCM) ontwikkeld. Deze theorie is gebaseerd op het idee dat ontwikkeling van de cognitieve vaardigheden van een individu gestimuleerd kunnen worden met behulp van een mediator. Door middel van een dialoog met de mediator krijgt het individu denk- en leervaardigheden aangeboden die bij de opdrachten waarmee gewerkt wordt ingezet moeten worden. Het individu leert zijn verschillende cognitieve vaardigheden te gebruiken en ontwikkelt deze daardoor. Door bridgings (dezelfde vaardigheid leren inzetten bij gelijk soortige opdrachten) en transfer (de toepaspaarheid van een cognitieve functie ook op andere gebieden zien) leert het individu effectiever en zelfstandig denken en problemen oplossen.

Gemedieerde Leerervaring (MLE = Mediated Learning Experience)

Centraal in de Feuerstein methode staat het begrip "mediatie": de wijze waarop de mediator het kind of de lerende begeleidt in zijn leerproces. De mediatie is de kwaliteit en de kwantiteit van het interactieproces tussen de mediator en de lerende. Een mediator kan de onderzoeker zijn maar ook een ouder, leerkracht of begeleider. Voor mediatie is het nodig dat de mediator en de lerende zich beiden betrokken voelen bij het leerproces en de taak. Ook moet altijd de vraag beantwoord worden naar het waarom van het geleerde, het leerdoel. Wat heb je eraan in het dagelijks leven of op school? (bridging) Daarnaast spelen ook andere aspecten een belangrijke rol, zoals het overbrengen van een gevoel van competentie en het bieden van een uitdaging. De mediërende wijze van omgaan met het kind of de jongere wordt al toegepast tijdens het onderzoek en krijgt een vervolg in de behandeling.
Bij de behandeling worden de ouders intensief betrokken, maar ook leerkrachten en/of begeleiders. We richten ons dus zoveel mogelijk op de gehele leeromgeving.

Het LPAD-onderzoek (Learning Propensity Assessment Device)

Het LPAD: interactie vol plezier!

Dynamisch onderzoek (Dynamic Assessment) is de overkoepelende benaming voor diagnostische benaderingen waarbij het onderzoek van de leerbaarheid en de modificeerbaarheid van de leerbaarheid centraal staat. Tijdens de afname van de tests worden hulp en feedback gegeven, oplossingsstrategieën aangereikt en transfertaken aangeboden (taken waarbij dezelfde oplossingsstrategie moet worden gebruikt met een andere inhoud). Interactieve diagnostiek is per definitie een onderwijs- en therapiegerichte benadering. Er wordt gezocht, in interactie met de persoon die wordt getest, welke hulp nodig is om de cognitieve problemen, die aan de basis liggen van de leerproblematiek, te verhelpen.

Het LPAD, ontwikkeld door Professor Reuven Feuerstein, is een dergelijk dynamisch onderzoek naar de leerbaarheid, de veranderbaarheid van het individu. Tijdens dit onderzoek wordt, nadat de onderzochte op een bepaald moment iets niet meer weet of kan oplossen, gekeken hoe deze persoon gebruik maakt van mediatie, hulp, en leert. Er wordt gekeken naar de ontwikkelde cognitieve vaardigheden die op dat moment ingezet kunnen worden bij allerlei verschillende taken en de wijze waarop de ontwikkeling van die cognitieve vaardigheden te beïnvloeden is. Gezocht wordt naar de cognitieve functies die goed ontwikkeld zijn en de cognitieve functies die niet en/of niet optimaal functioneren.
De prestatie wordt niet vergeleken met een normgroep maar met de eigen, eerdere prestaties.

Met het LPAD wordt de mogelijkheid om te leren onderzocht en er wordt gezocht naar de condities voor blijvende veranderingen. Daarbij worden de volgende vragen gesteld:

  • Welke obstakels verhinderen het effectief uitvoeren van een taak?
  • Kunnen deze obstakels makkelijk of moeilijk worden opgeheven?
  • Welke mate van verbetering in het functioneren wordt gezien?
  • Wat moet worden gedaan om de gewenste verandering te bewerkstelligen (Welke inhoud moet worden aangeboden, op welke manier, etc.)?
  • Hoeveel tijdsinvestering is nodig om het gewenste resultaat te bereiken?
  • Hoe kan ervoor gezorgd worden dat de verandering blijvend is?
  • Treden er ook veranderingen op in het functioneren op andere terreinen, naast het gebied waarop de mediatie zich richt (transfer)?

Voor jongere kinderen wordt tijdens het dynamisch onderzoek aangepast materiaal gebruikt dat aansluit bij hun ontwikkelingsniveau. Ook materiaal dat speciaal voor het jonge kind is ontwikkeld door o.a. David Tzuriel, vroegere medewerker van Professor Feuerstein aan het ICELP in Israël, wordt regelmatig ingezet bij het afnemen van L.P.A.D.

In het verslag van het LPAD staat duidelijk omschreven wat gedaan is en wat gezien is. Er worden duidelijke adviezen gegeven voor de verdere behandeling die nodig is om het individu verder te behandelen bij het leren leren met als belangrijkste doel het individu de cognitieve vaardigheden te laten ontwikkelen zodat hij kan profiteren van leeraanbod.

Instrumenteel Verrijkings Programma (IVP)

Organisatie van Stippen 1 (IVP)

Voor de ontwikkeling van de cognitieve functies heeft Feuerstein het IVP (Instrumenteel Verrijkings Programma) ontwikkeld. Het IVP is geschikt voor individuen met een ontwikkelingsleeftijd van ca.8 jaar.

Ontdek het absurde (IVP-Basic)

Het IVP-Basic kan vanaf een ontwikkelingsleeftijd van ca. 3 jaar gebruikt worden.

Emoties (IVP-Basic)

De cognitieve functies die niet of onvoldoende ontwikkeld zijn, worden op systematische wijze aangesproken door de mediator. Het IVP bestaat uit 14 series met werkbladen waarmee de verschillende cognitieve vaardigheden en functies ontwikkeld en getraind kunnen worden. Het IVP-Basic bestaat uit 10 instrumenten, 10 series met werkbladen waar veel meer gebruik is gemaakt van beeld materiaal en waar kennis van de wereld, de sociale omgeving en (eigen) emoties centraal staan.

Mediatie

Als leren leren leuk is, is ook de leermotivatie groot.
Van links naar rechts: de mediator, moeder, stagiaire, de lerende.

De mediator speelt een centrale rol: het leerproces is een gemeenschappelijke inspanning van de mediator en de lerende. Het materiaal is uitdagend en aantrekkelijk en richt zich op het aanleren van algemene denkstrategieën (niet op het verschaffen van vakinhoudelijke kennis). Telkens wordt stilgestaan bij de onderliggende principes van het probleem en de oplossing. De oplossingsprocessen, denkstrategieën en cognitieve vaardigheden die noodzakelijk waren voor het uitvoeren van de opdracht, worden uitgebreid belicht en besproken. Steeds weer wordt de relatie gelegd naar andere gebieden om te ontdekken en te benoemen waar deze zelfde principes toepasbaar zijn. De lerende ervaart dat hij kan veranderen, krijgt meer plezier in het leren en raakt meer gemotiveerd.
Hij is beter toegerust om nieuwe situaties het hoofd te bieden en zelfstandig te denken en te leren. Voor zeer jonge kinderen wordt gebruik gemaakt van aanverwante programma's die tevens zijn gebaseerd op de theorie van de Structurele Cognitieve Modificeerbaarheid.